Na een dagje Rome maken we ‘s avonds met pijnlijke voeten de balans op. Gekscherend roep ik: ‘Van de vijf kerken die we wilden bekijken hebben we er zo’n dertig gezien!’ En dat blijkt niet eens overdreven want op weg van de ene trekpleister naar de andere kom je als vanzelf zoveel juweeltjes tegen die je gewoon niet kunt laten liggen.

Maar wat me het meeste opvalt in al die kerken is de aanwezigheid van de mens. Christus als mens, gekleed in de mode uit de tijd waarin het schilderij of het beeld gemaakt is. De heiligen en apostelen als mensen die je zo op straat had tegen kunnen komen. En onder het altaar vind je niet alleen een relikwie maar vaak genoeg ook een heel mens, een heilige uiteraard, gebalsemd en wel, opgebaard in een glazen sarcofaag. Als je niet beter wist, zou je op het idee kunnen komen dat het in het christendom niet om God gaat, maar om de mens.

‘Het christendom humaniseert’, schrijft Marcel Barnard naar aanleiding van zijn bezoek aan de Lebuïnuskerk in Deventer en de daar tentoongestelde altaarstukken van Hanneke de Munck. En hij vraagt zich af of we niet toe zijn aan een visie op religie ‘voorbij-de-mens’. Deze vraag bekruipt je ook weleens na het bezoek aan de zoveelste kerk in Italië.

In de liturgie wordt dit verschil opgeheven. In symbolen en rituelen wordt midden in het menselijke domein het goddelijke tastbaar, en tegelijkertijd wordt de mens juist opgetild naar het goddelijke domein. In het ene geval wordt het menselijke bestaan zeg maar opgerekt tot ver buiten zijn grenzen; en in het andere geval beweegt de mens zich in een dimensie die het louter menselijke overstijgt. Hoe dan ook, in beide gevallen gaat de mens voorbij-zichzelf.

En soms kan dat, zoals bij de praise in evangelische kringen, heel aards overkomen. Sommige critici noemen het zelfs banaal, één en al menselijke emotie, of zoals onze oosterburen zouden zeggen: Gefühlsduselei. Maar Kees van Setten laat zien dat achter deze concentratie op de mens juist een dimensie-voorbij-de-mens schuil gaat. Hij vergelijkt de praiseliederen met de iconen in de oosters-orthodoxe kerken. Het is dus een kwestie van ‘looking through, not at’. – Zo gezien komt in Italiaanse kerken de overdadige aanwezigheid van de mens toch in een ander licht te staan.

Toegegeven: het is tamelijk willekeurig om juist deze twee artikelen uit te lichten voor mijn mijmeringen. De andere artikelen en stukken in dit nummer zijn namelijk net zo inspirerend – al zeggen we het zelf.

 

Inhoud:

  • Lofprijzing, aanbidding en emotiecultuur – de Evangelische Beweging
  • Vloeibare heiligheid – Altaarstukken Hanneke de Munck
  • Liturgica in de praktijk
  • Reformatie – Liturgisch leesplankje
  • Is Latijn de moedertaal van de RKK?
  • Kunst leent zich voor de kerk
  • Tekst-, beeld- en liedsuggesties voor de liturgie
  • Boekbesprekingen, bijeenkomsten, websites.

 

Andere nummers