Voorwoord Laetare 31/4, november 2015

In de bakkerij van onze buurman lagen al in augustus de pepernoten in de winkel. Ambachtelijk gebakken weliswaar maar toch erg aan de vroege kant. Sindsdien liggen de pepernoten geduldig op de toonbank en kijken ze ondertussen naar de etalage die helemaal in Halloween-sfeer omgetoverd is. Het is duidelijk: de feesttijd komt er weer aan, en terwijl onze buurman-bakker een beetje de weg kwijt raakt, is het voor liturgie-liefhebbers weer smullen geblazen. Hervormingsdag, Allerheiligen/Allerzielen, voleinding, advent, kerst…

Wat een rijkdom om bij al deze gelegenheden het leven weer in een groter perspectief te mogen zien. Liturgie laat ons over de grens kijken en opent telkens weer vergezichten op wat de drukte van alledag overstijgt. Zo kijken we in deze uitgave van Laetare ook over ‘grenzen’. De heiligen bijvoorbeeld, voor een deel van onze protestantse lezers zal hier een grens overschreden worden, terwijl anderen net samen met de katholica Allerheiligen en Allerzielen gevierd hebben. Het lijkt ons in ieder geval de moeite waard om er een kijkje te nemen.

Maar de liturgie doet niet alleen grenzen overschrijden, meer en meer steekt de liturgie ook zelf de grens over. Liturgie verlaat de kerkmuren en verschijnt op nieuwe plekken, bijvoorbeeld in musea. Eigenlijk geen onlogische gedachte, als de kunst, geëntameerd en geïnspireerd door de kerk en haar verhaal, haar onderdak vindt in musea, waarom zou de liturgie dan niet volgen? In dit nummer berichten we over vieringen in het Boijmans.

Maar vaak worden de grenzen jammer genoeg ook niet overschreden, niet naar buiten de kerkmuren, maar ook niet naar het overstijgende. Dan worden de grensovergangen dichtgesmeerd met het ‘overtollig vet’ van teveel regieaanwijzingen en worden eventuele vergezichten meteen weer weggestopt achter een gordijn van teveel woorden. Net op tijd voor alle feestdagen geven we in onze serie Ars Celebrandi tips om af te slanken.

En natuurlijk vindt u nog veel meer in deze uitgave. Wij wensen u veel vreugde en inspiratie in deze liturgisch zo interessante tijd van het kerkelijk jaar.

namens de redactie, Ekkehard Muth