Voorwoord Laetare 34/2, april 2018

Liturgie stelt de momenten van je leven die ertoe doen in een overstijgend perspectief. Nog in de ban van onze Goede Vrijdag-viering sta ik op weg naar huis stil in de ordinaire file van de vrijdagmiddagspits. Om mij heen bestelbusjes, vrachtwagens, leaseauto’s. Opvallend veel Duitse auto’s. Daar hebben ze namelijk wél een vrije dag, om vervolgens in Nederland te gaan winkelen. Van mij hoeft niemand gelovig te worden, laat staan kerkelijk, maar ik vraag me af: wanneer sta je stil bij lijden en dood? Wanneer sta je stil, zo niet bij het lijden en sterven van Jezus, maar – Pilatus zegt: ‘Zie de mens’ – dan toch bij het lijden en sterven van de mens, van je naaste of van jezelf ?

En: in plaats van gezamenlijk in de file te staan, zouden we niet beter gezamenlijk kunnen stilstaan bij de belangrijke momenten? Maar nu doen we dat individueel. Hoewel: er hebben drie miljoen mensen naar The Passion gekeken, en naar schatting hebben nog eens zo’n 150.000 een van de 232 Matteüssen of Johannessen bezocht. Wie het echt op z’n eigen tijd wil doen kan zelfs nog in mei naar uitvoeringen van de Matteüs. Wel is Christus dan al lang en breed opgestaan, maar als je niet gezamenlijk stilstaat, sta je ook niet gezamenlijk op.

Als ik in de file om me heen kijk, vrees ik dat bij velen dit stilstaan bij levensmomenten gewoon niet gebeurt. Geen moment waarop je je leven in een overstijgend perspectief stelt. Liturgie doet niet anders, zij verbindt het leven hier en nu met de eeuwigheid. Daarom kan je ook zoiets onvoorstelbaars vieren als verrijzenis en opstanding. In de liturgie sta je constant op tot een dimensie waarin het platte leven, het winkelen en de file niet het laatste woord hebben. Zou het onze samenleving niet goed doen om in het ritme van het jaar collectief te vieren? En zou het onze kerken niet goed doen om daarvoor nieuwe en verfrissende vormen te vinden?

We hopen dat u in dit nummer weer voldoende achtergrond en inspiratie vindt voor het vieren van liturgie.

 

Ekkehard Muth