Voorwoord Laetare 30/2, mei 2014

Het kan soms raar lopen. Normaal gesproken willen we met Laetare het gesprek gaande houden over alles wat met liturgie te maken heeft, en daarbij kunnen de meningsverschillen ook heus wel een keertje hoog oplopen. Maar wie had gedacht dat een artikel in Laetare en het vervolg ervan tot bedreigingen zou kunnen leiden? Zo geschiedde toen dagblad Trouw, geïnspireerd door het stuk over auteursrechten van Gerben en Jan Marten de Vries in Laetare 29-4 een groot artikel plaatste over de wijdverspreide praktijk om liederen in liturgieboekjes af te drukken en die dan op internet te publiceren. De ingezonden brieven logen er niet om, en wat Jan Marten aan de telefoon te verduren kreeg, dat wens je niemand toe. Inmiddels is de storm weer wat geluwd. We hebben in Laetare in ieder geval het probleem ontegenzeglijk op de kaart gezet.

Bijzonder blij zijn we dat Ko Joosse zijn medewerking aan de redactie heeft toegezegd. Ko was al eerder redactielid van Eredienstvaardig en met zijn brede kennis zal hij opnieuw veel voor Laetare kunnen betekenen. Ko, van harte welkom. Ook een hartelijk welkom aan Sebastiaan ‘t Hart die als nieuwe medewerker voor ons blad het liturgisch landschap zal afstruinen voor de rubriek ‘Berichten’.

Met de Stille Week en Pasen nog in gedachten, waar u als liturgieminnende voorgangers, kerkmusici of anders betrokkenen weer uw hart kon ophalen, vindt u in dit nummer weer voldoende inspirerende onderwerpen. Of het nu gaat over antwoordpsalmen in het nieuwe liedboek of ruimte voor persoonlijke ervaringen in de anglicaanse liturgie, over steeds meer aandacht in de kerken voor beeldende kunst of, na alle passies van Bach heel toepasselijk, het piëtisme – over liturgie raak je nooit uitgepraat.

Toen deze uitgave al bij de opmaker lag bereikte ons het bericht dat Rudolf Boon op 7 april j.l. overleden is. Hij was 94 jaar. Slechts twee jaar geleden publiceerden we nog een artikel van hem dat hij keurig handgeschreven naar de redactie gestuurd had. Daarin stelde hij dat het de overheid zou sieren om de monumentale kerkgebouwen in ons land te bewaren, niet als uitingen van het kerkelijk instituut, maar om zingeving en spiritualiteit in onze samenleving zichtbaar en tastbaar aanwezig te houden. Hans Kronenburg zet deze, ondanks zijn gezegende leeftijd, zo moderne man, die zoveel voor de liturgische beweging en voor de liturgische ontwikkelingen in ons land heeft betekend, in het licht. Ekkehard Muth