Voorwoord Laetare 30/3, augustus 2014

Er zijn momenten in je leven die je altijd bijblijven, momenten waarvan je achteraf zegt dat ze je gevormd hebben.
Alweer jaren geleden zat ik op een bijscholing over Psalmen met Godehard Joppich, (oud) benedictijn van de abdij Münsterschwarzach en in zijn werkzame leven als hoogleraar in München en Essen pionier en, laten we rustig zeggen, de ‘paus’ van het gregoriaans. Om de dag te sluiten stonden we ‘s avonds in de kapel en zongen Psalm 119, u weet wel de langste Psalm met maar liefst 176 verzen. Op een eenvoudige psalmodie zong Joppich de psalmverzen, zomaar uit de Bijbel. En wij, de cursisten, beantwoordden elk vers met een keervers. Honderdzesenzeventig keer hetzelfde keervers!

Maar was het wel ‘hetzelfde’ keervers? Ondanks dat je steeds weer hetzelfde zong, merkte je gaandeweg dat dit ene keervers elke keer net weer een andere lading, een andere nuance kreeg. Op de lange weg door de hele Psalm werd het elke keer weer opnieuw gevuld met andere beelden en ervaringen.

Psalmen zijn ingedikte, geconcentreerde levens- en geloofservaring. Ze staan weliswaar op papier, maar ze ontstaan pas als de woorden jouw eigen levens- en geloofservaring oproepen. Als je je verbindt met de zangers en bidders die je zijn voorgegaan, met hun hoop en wanhoop. En als je op jouw beurt je eigen hoop en verlangen gevoed en gelouterd aan de Psalmen toevertrouwt. Honderdzesenzeventig keer hetzelfde keervers zingen, zoals bij Psalm 119, is dan nog helemaal niet zo gek veel om dit ingedikte concentraat van levens- en geloofservaring vloeibaar te maken.

Psalmen eisen samenwerking. En misschien is het juist deze wederkerigheid waardoor zij in alle tradities, van synagoge tot kerk, van oosters-orthodoxe traditie tot protestantisme, zo’n bijzondere plaats innemen; met als toppunt hun wel heel uniek positie in het Nederlandse protestantisme.

Oorspronkelijk waren we van plan om een ‘gewone’ uitgave van Laetare te maken en die vervolgens uit te breiden met het thema-gedeelte. Maar Psalmen zijn veeleisend, en gaandeweg bleken zij nagenoeg dit hele dubbeldikke nummer op te slokken.
We lieten het graag gebeuren, van Psalmen krijg je nooit genoeg.

Toch vindt u natuurlijk ook in deze uitgave een deel van de vertrouwde rubrieken terug. We zetten de reeks voort over liturgie in het krachtenveld tussen mystiek en ratio. Onze verkenners waren op reis, evenals onze kunstredactie; u vindt berichten en natuurlijk ‘Aan de Tijd’, met ideeën en inspiratie bij de zondagen. Maar dan eisen de Psalmen hun plek op, niet alleen in dit blad, maar zeker ook in uw liturgische praktijk.

Ekkehard Muth